| Klein Vaarbewijs
Vaarbewijsplicht
Het Klein Vaarbewijs is verplicht voor de volgende categorieën:
1. een schip met een lengte van 15 meter tot 25 meter dat niet bedrijfsmatig wordt gebruikt;
2. een schip met een lengte tussen de 15 en 20 meter dat bedrijfsmatig wordt gebruikt of voor bedrijfsmatig gebruik bestemd is;
3. een sleep- of duwboot die niet wordt gebruikt om een schip met een lengte van 20 meter of meer te slepen, langszij mee te voeren of te duwen;
4. een motorboot met een lengte van minder dan 15 meter die een snelheid van meer dan 20 kilometer per uur kan bereiken; dit laatste betekent dat je ook een Klein Vaarbewijs nodig hebt voor een kleine bijboot (met buitenboordmotor) of een jetski.
Iedere Nederlander dient de wet te kennen
Ook voor niet-vaarbewijsplichtige watersporters is het verstandig een vaarbewijs te behalen. Men heeft immers, net als op de weg, ook op het water te maken met allerlei regels en voorschriften. En net als op de weg, komt het vertrouwd zijn met het vervoermiddel en met de mogelijkheden en onmogelijkheden ervan de veiligheid ten goede.
Medische verklaring
Om het vaarbewijs te verkrijgen moet u geslagen zijn voor het examen en fysiek in staat zijn een boot te besturen. Aan welke lichamelijke eisen u moet voldoen, ziet u op onze website onder het kopje diversen.
Klein Vaarbewijs I of II?
Of u vaarbewijsplichtig bent of niet is afhankelijk van het type boot waarmee u vaart. Klein Vaarbewijs I of II is afhankelijk van uw vaargebied.
Voor klein binnenwater, rivieren, kanalen en meren is VB I vereist. Voor ruime binnenwateren, zoals Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer en Wester- en Oosterschelde, is VB II verplicht. Als u een grote boot heeft en u vaart alleen op de rivieren, kanalen of meren, dan is VB I voldoende. Als u een jetski heeft en u vaart ermee op het IJsselmeer, dan heeft u VB II nodig. Als u alleen op zee vaart en geen havens binnenloopt, heeft u geen Vaarbewijs nodig.
Buitenland
Het komt steeds vaker voor dat mensen een vaarbewijs halen omdat ze in het buitenland gaan varen. In de meeste ons omringende landen is een internationaal vaarbewijs (ICC) verplicht. Op basis van VB I kunt u een “ICC inland waters” aanvragen en met VB II krijgt u een “ICC inland and coastal waters”.
VB I + VB A = VB II
Het Klein Vaarbewijs bestaat uit twee modules: Klein Vaarbewijs I (VB I) en Klein Vaarbewijs Aanvullend (VB A); samen vormen zij het Klein Vaarbewijs II (VB II).
Klein Vaarbewijs I (VB I)
Vaart u alleen op kleine binnenwateren zoals rivieren, meren en plassen en komt u verder niet op ruim water zoals Oosterschelde, IJsselmeer of Wadden, dan kunt u volstaan met het Klein Vaarbewijs I (VB I). Onderwerpen die in deze cursus worden behandeld zijn:
● de manoeuvreereigenschappen van een schip
● de veiligheid
● de betonning
● het berekenen van waterdiepte en brughoogte
● de betekenis van het weerbericht
● de op de binnenwateren geldende reglementen
● de voorrangsregels
Vaarbewijs Aanvullend (VB A)
Heeft u Vaarbewijs I en u wilt het ruime water op, zoals de Zeeuwse Stromen, het IJsselmeer of de Waddenzee, dan heeft u ook het Vaarbewijs Aanvullend nodig. Het is een heel andere cursus dan VB I. VB I is vooral leerwerk, in de VB A-cursus leert u dingen doen, zoals:
● waypoints bepalen
● koersen uit de kaart halen en in de kaart zetten
● koersen corrigeren en stroom verkavelen
● dieptes berekenen bij hoog- en laagwater
● weerkaarten interpreteren
De VB A-cursus is beslist veel moeilijker dan de VB I-cursus, maar voor de liefhebber van ruim water is de leerstof veel interessanter. Voor degenen die internationaal varen is VB A een “must” omdat in veel Europese landen het “ICC coastal waters” (VB II) verplicht is.
|